Geen recht om te beledigen
“Een recht om te beledigen bestaat dan ook niet”, zei de koningin vandaag in haar kersttoespraak. Op zich is het een heel simpel zinnetje, waar weinig mensen het mee oneens zullen zijn.
Maar dit jaar is het een zeer geladen en misschien ook wel dappere uitspraak. Iedereen zal zich immers die bekende radicale mevrouw herinneren, die op 9 februari 2006 een toespraak in Berlijn begon met numineuze woorden: “I am here to defend the right to offend” – “Ik sta hier om het recht op beledigen te verdedigen”.
Iedereen zal onmiddellijk de referentie onderkend hebben, maar tot nu toe zijn de media terughoudend om te zeggen wat iedereen onmiddellijk dacht. Ik zie tenminste nog geen enkele expliciete vermelding van de naam van Ayaan Hirsi Ali in dit verband.
Koningin Beatrix zorgt er overigens wel voor dat haar opmerking in een evenwichtig kader staat. De volgende zin luidt: “Evenmin geeft godsdienstvrijheid een vrijbrief om te kwetsen of op te roepen tot haat.” En terecht leidt ze haar opmerking in met de woorden: “Naast de algemeen geldende grens die in de wet is vastgelegd, zijn er ook normen van moraal en beschaving. Ze zijn het fundament van een samenleving die uitgaat van eerbied voor de medemens.”
Zo is het. Vrijheid van meningsuiting - een verticaal recht ten opzichte van de overheid - bestaat niet om maar alles te roepen wat in een mensenhart opkomt, maar in het vertrouwen dat mensen naar waarheid, waardigheid en oprechtheid streven - en elkaar dus "horizontaal" ter verantwoording roepen. Een liberale staat bestaat in het vertrouwen op het corrigerend vermogen van de maatschappij.
Uiteraard is het onvermijdelijk dat mensen die zich oprecht uiten en die zeggen wat zij voor waar houden, anderen kwetsen en soms beledigen. Men zou het misschien zo kunnen zeggen: er bestaat geen recht om van beledigen een doel te maken, maar als het om een consequentie gaat van een streven gericht op waarheid en oprechtheid, dan bestaat het in zekere zin ook wel.
De eerste zin van de toespraak van Ayaan Hirsi Ali was provocerend en onverstandig, maar er zat ook een strekking in haar betoog waar meer voor te zeggen viel. Ze zei bijvoorbeeld ook: “I do not seek to offend religious sentiment, but I will not submit to tyranny.” Ze had alleen van de grondslagen van het liberalisme en van onze maatschappij niet zo bar veel begrepen, maar het is de vraag of je dat in zo korte tijd van een immigrante, die ook nog eens bekeerlinge is, mag vragen. En we moeten nooit vergeten dat het om een situatie ging waarin grote groepen niets liever wilden dan zich zo beledigd mogelijk te voelen. Maar daar tegenover moet je het doel en de grondslagen van de vrije meningsuiting uitleggen en niet de nadruk leggen op de mogelijk onvermijdbare gevolgen, want dan verhelder je niets.
De kersttoespraak van de koningin op eerste kerstdag herinner ik me van jongsaf als een vast ritueel, waar niet aan te ontkomen viel. Om één uur op 25 december moest de radio - en later de tv per se - aan. De toespraken van Juliana vond ik als kind zo vaag, dat ik er niets mee had en me eigenlijk alleen maar ergerde. Beatrix is gelukkig iets concreter, maar dit is de eerste keer dat ik een zin hoorde, die me echt uit het hart was gegrepen.

Het staatshoofd roept hier een heel leger politici en media mensen tot de orde. Want niet alleen mevr. Ali maar ook Van Aartsen, Verdonk, Van der Laan, etc koesteren of koesterden dergelijke gedachten. Zij waren immers zo gecharmeerd van dergelijke stellingen. Later waren er ook nog kunstenaars met een of ander manifest in die richting. Eén van de weinigen die ter zake en duidelijk tegenspel bood was J.A.A. van Doorn in zijn columns in Trouw. Kennelijk heeft ons staatshoofd goed naar hem geluisterd of begint de normaliteit weer enigszins terug te keren in de hoofden van enkelen in bestuurlijk Nederland. Het werd de hoogste tijd. Hopen en bidden dat het signaal wordt opgepikt. De verkiezing van burgemeester Cohen tot belangrijkste Nederlander in 2006 is een ander signaal. Misschien komt het maatschappelijk aan het eind van 2006 zo toch nog weer een beetje goed. Maar er is nog een hele weg te gaan voordat we weer een beetje fatsoenlijk samenleven, lijkt mij.
Geplaatst door: WV | 27 december 2006 om 11:35
Naar aanleiding van je log heb ik de kersttoespraak eens gelezen. Voor het eerst; ik geloof ook niet dat ik hem ooit heb horen uitspreken. Wel het Urbi et orbi, maar dat is een ander verhaal....
Maar de kersttoespraak. Hoewel jij hem 'iets concreter' noemt, ben ik er niet van onder de indruk. Natuurlijk ken ik de kerstwensen van Juliana nog minder, dus de vergelijking kan ik niet maken. Waren die nog vager?
Van begin tot eind roept ze eigenlijk steeds hetzelfde: vrijheid van meningsuiting is leuk, maar moet ook zo zijn grenzen kennen. Toegespitst op het 'recht om te beledigen': niet beledigen om het beledigen. Een open deur waar ook Ayaan Hirsi Ali het van harte mee eens zal zijn, getuige de nuance die je haar laat aanbrengen. Maar verder dan het herhaald opentrappen van deze wijd openstaande deur komt Hare Majesteit de Koningin niet. Ze strooit nog wat rond met begrippen die meer verdienen dan een 'tussen-neus-en-lippen-door' vernoeming, maar dat is het dan wel.
Niet direct een prestatie van formaat dus, deze toespraak. Over de eerste en laatste alinea's zal ik maar zwijgen. Misschien zou het staatshoofd er verstandig aan doen een dominee te laten beginnen en eindigen, een suggestie voor 2007?
Geplaatst door: Robert | 27 december 2006 om 12:27
@ WV: Bedankt voor de toevoegingen. Zeer terecht. Ik was een beetje weifelmoedig in mijn stukje, omdat ik enerzijds de openingszin van Hirsi Ali onverstandig vond, maar anderzijds – vooral achteraf – ook wel besefte dat het protest destijds zeer bewust georganiseerd was en kunstmatig opgeroepen (al kun je ook weer niet zoiets oproepen, als de gevoelens die je manipuleert, niet een waarachtige kern hebben).
Eigenlijk zou ik er wel voor zijn om de juridische grenzen nog te vergroten. Dat niet omdat ik ervoor zou zijn dan mensen dan ook maar alles uitproberen, maar omdat mensen nu vaak wat juridisch is toegestaan en wat maatschappelijk en moreel toelaatbaar vereenzelvigen. Alsof wat mag, ook zou moeten en daarmee gelegitimeerd zou zijn. Hoe meer je de zaak ontjuridificeert, hoe meer het debat over de morele aspecten kan gaan. Dat is juist ook wat voorondersteld wordt in al die grondwettelijke vrijheden. Het is eigenlijk heel verbazingwekkend dat allerlei liberalen niet meer beseften wat het maatschappelijk pendant is van de zo gekoesterde constitutionele vrijheden. Van Doorn wees daar zeer terecht op (al reageerde hij soms weer iets te fel – maar dat kan ik hem niet kwalijk nemen, omdat ik op precies hetzelfde punt dezelfde neiging heb).
Ik heb daar destijds een artikel over de problematiek geschreven voor Waterstof: http://www.waterlandstichting.nl/index.php?pid=150
Geplaatst door: Jan Dirk Snel | 27 december 2006 om 12:33
@ Robert: Toen ik mijn vorige reactie plaatste (en het mezelf aanvankelijk niet lukte om iets op mijn eigen weblog geplaatst te krijgen), had ik je reactie nog niet gezien.
De woorden van de koningin zijn niet spectaculair, maar gewoon verstandig – en dat is in bepaalde omstandigheden ook al heel wat. Ze zei het in een context waarin nogal wat mensen de werkelijke achtergronden van grondwettelijke vrijheden niet meer begrijpen. De achtergrond van die vrijheden, die verticaal, ten opzichte van de staat, gelden, is het vertrouwen op het corrigerend vermogen van de maatschappij.
Het oorspronkelijke liberalisme is daarom ook buitengewoon moralistisch. Het is een beweging die vertrouwt op het morele vermogen van de verantwoordelijke burger. De zorg voor moraliteit werd van de staat naar de maatschappij verplaatst, maar daarmee kreeg moraal ook een grotere plaats. Lees een prachtig boek als De Letterheren - Liberale cultuur in de negentiende eeuw: het tijdschrift De Gids van Remieg Aerts er maar op na. Of als je nog iets verder terug wilt, een willekeurig boek over de Verlichting in Nederland als 1800 – Blauwdrukken voor een samenleving van Joost Kloek en Wijnand Mijnhardt.
Het merkwaardige van de laatste twee decennia is dat juist de grondslagen van het liberalisme in liberale kring het meest onbekend lijken. Iemand als Wiegel, overigens afkomstig uit de meer “linkse” vrijzinnig-democratische kring en niet uit de traditie van de Liberale Staatspartij, had – en heeft – er zonder meer nog oog voor, maar diverse hedendaagse liberalen zijn kennelijk zo door het vrijblijvende liberalisme van de jaren tachtig – het “gewoon jezelf zijn”, ook wel Veronicaliberalisme genoemd, als ik me goed herinner – aangetast, dat ze de morele grondslagen van hun eigen traditie niet meer kennen. Zie de opsomming in de reactie van WV. Het oude liberale geluid hoor je tegenwoordig eerder uit de mond van iemand als Donner, bij wie het natuurlijk ook met de paplepel is ingegoten (zijn vader was immers de tweede auteur van het oude staatsrechthandboek van C.W. van der Pot). Maar misschien dat we van een historicus als Rutte weer meer het klassieke geluid mogen verwachten.
Het heeft mij altijd mateloos verbaasd dat je het soort radicale uitingen die in de jaren zestig en zeventig bij uiterst links hoorden, de laatste jaren ineens aan de zogenaamde rechterzijde opdoken. Het is ook niet toevallig dat het nogal eens om voormalige linkse radicalen ging – Rita Verdonk is wel het voorbeeld bij uitstek. Maar ook Ayaan Hirsi Ali heeft natuurlijk een radicaal temperament dat haar twee of drie decennia geleden in uiterst linkse hoek zou hebben doen belanden (maar die bestaat niet meer).
Maar het is moeilijk om in dit soort zaken het evenwicht te bewaren. Op zich heb ik me de laatste jaren vaak goed kunnen vinden in de opmerkingen van een conservatieve liberaal als J.A.A. van Doorn – jarenlang betrokken bij de Telderstichting -, maar soms vond ik hem ook weer te fel; hij kan wel eens wat doorschieten. Ik behoor niet tot degenen die elk woord van Hirsi Ali bij voorbaat verwerpen. Wat ze onlangs schreef over de ontkenning van de holocaust was bijvoorbeeld zonder meer verstandig. En ik gaf al aan dat er ook in de Berlijnse rede verstandige en gematigde opmerkingen voorkwamen.
Natuurlijk hoef je je niet door de tirannie van anderen te laten ringeloren en het is zonder meer waar dat als het kwetsen van anderen een onvermijdelijk gevolg is van het oprecht naar voren brengen van je mening, dat er dan in die zin wel een “recht op beledigen” bestaat. Maar het is niet verstandig om constitutionele vrijheden in negatieve bewoordingen te verdedigen: je moet het doen in de positieve termen van de waarden die ze schragen.
Een bekende filmmaker die op een gruwelijke wijze letterlijk bij mij om de hoek is vermoord – dat wens je echt niemand toe -, wist op de vraag waarom hij dingen zei die anderen soms hard troffen, nooit meer te antwoorden dan dat het om de “vrijheid van meningsuiting” ging. Maar dat is onzin. De vrijheid van meningsuiting is geen doel op zichzelf, maar een ruimte waarin je andere doeleinden na kunt streven. Ik ben er dus eigenlijk voor om die ruimte juridisch nog groter te maken dan hij nu is, maar dan vooral omdat we het voorlopig niet meer over juridische vragen hoeven te hebben, maar over de inhoud van het gesprokene of geschrevene: wat is daar het doel van? Klopt het? Niet elke uiting is bijvoorbeeld direct een mening.
Ik vond dus dat de koningin een alledaags punt terecht op een evenwichtige wijze onder onze aandacht bracht.
Geplaatst door: Jan Dirk Snel | 27 december 2006 om 13:34
Ik ben het volledig met je eens dat het - op z'n zachtst gezegd - curieus is om je columns te beargumenteren met je recht op vrijheid van menigsuiting. Zoals de vader van de filmmaker zei: 'Het mag wel, maar het hoeft niet.'
Een vriend van me schreef het in zijn proefschrift zo op: "This argument may be entirely valid from the legal point of view, but it seems to stand in need of a slight nuance, if we were to look at it from a democratic theory's perspective. In a democracy [...] the right to free speech should not primarily be understood as our right, but rather as that of our adversaries to offend, shock and disturb. It is, in other words, essentially the right of our opponents to voice in the strongest terms possible their disagreement with us." (Q.L. Hong, 'The Legal Inclusion of Extremist Speech', WLP, 2005 - ISBN: 9058501620)
Blij te lezen dat je het afgeleide recht om te beledigen wel ziet. (Heb je de log op dit punt iets aangepast? Ik kan me de alinea in de eerste versie van gisteravond niet herinneren.) De toelichtingen op de open deur, zoals die nu hier te lezen zijn, maken er een compleet verhaal van. Beatrix had er goed aan gedaan de beschikbare ruimte beter te benutten, dan had ze wellicht een echt punt gehad.
Geplaatst door: Robert | 27 december 2006 om 15:04
@ Robert. Misschien ben ik een beetje blind of dom maar waar lees je een afgeleid recht om te beledigen? Wat is dat trouwens voor een recht? Ik ben bang dat een heleboel mensen (in medialand en de politiek) niet meer weten dat er een hemelsbreed verschil is tussen tolerantie (wat goed is) en onverschilligheid (waar onze samenleving m.i. aan ten gronde gaat). Het lijkt mij goed en nuttig als een staatshoofd daar in ronde, niet voor tweeërlei uitleg vatbare zinnen, stelling tegen neemt.
Geplaatst door: WV | 27 december 2006 om 17:07
"Men zou het misschien zo kunnen zeggen: er bestaat geen recht om van beledigen een doel te maken, maar als het om een consequentie gaat van een streven gericht op waarheid en oprechtheid, dan bestaat het in zekere zin ook wel."
In die zin een 'afgeleid recht'. Dat bedoelde ik ermee. Over de tegenstelling tussen tolereren en accepteren heb ik het niet gehad. Ik heb jaren geleden al eens een (ik meen) kapper van Marokkaanse komaf horen betogen dat 'tolereren' wel heel minimaal is. Hij werd liever geaccepteerd.
Geplaatst door: Robert | 27 december 2006 om 17:49
Er zit nog een heel waardevol element aan de opmerking van het staatshoofd. Dat is het voorbeeld van de bestuurlijke elites in een land. Dalrymple heeft in zijn boeken laten zien hoe funest het is als bestuurders en leidinggevenden geen goed voorbeeld geven. Vaak kunnen ze zelf de uiterste consequentie van hun opvattingen nog wel voorkomen, maar bij de gewone man lukt dat vaak niet. Als het staatshoofd daarom oproept tot niet beledigen dan zit daar mogelijk een signaal in voor gewone mensen om niet zomaar alles eruit te gooien wat voor je mond of in je gedachten komt. Wat dat betreft kan er nog heel wat verbeterd worden in ons samenleven. En het is ook goed dat een vorstin daar in een kersttoespraak op wijst.Het fatsoen is langzamerhand zo ver weg in de samenleving dat het tijd wordt dat belangrijke mensen daar weer eens open en eerlijk over spreken en naar handelen. Wellicht heeft dat ook een effect op de samenleving als geheel. Overigens was het commentaar op de woorden van het staatshoofd voorspelbaar. NRC stond niet te juichen (die krant wordt met de dag beroerder); Volkskrant gematigd positief en Trouw was heel positief.
Geplaatst door: WV | 28 december 2006 om 11:13
Het verhaaltje van Van Doorn nog maar eens even opgezocht. Lezing kan denk ik geen kwaad.
http://www.trouw.nl/deverdieping/dossiers/article490199.ece/
Geplaatst door: wv | 28 december 2006 om 21:45
@WV: Ik denk dat we verschillen van mening over de relevantie van de kerstboodschap van ons staatshoofd. Voor mij persoonlijk doet de mening van Hare Majesteit de Koningin niet ter zake. Ware het een kersttoespraak van de premier, lag dat heel anders.
Verder denk ik dat 'gewone mensen' ook niet ieder woord van Hare Majesteit de Koningin op een goudschaaltje wegen.
Geplaatst door: Robert | 29 december 2006 om 11:55
@ WV en Robert: Veel dank voor de reacties. Zonder mij kan hier ook heel goed gediscussieerd worden.
Ik was even bezig met anderen dingen (en zit gelukkig ook wel eens niet achter mijn laptop) en ik moest ook even heel hard nadenken over wat ik nu eigenlijk precies vind. Het probleem is dat ik postjes op mijn weblog meestal nogal onnadenkend schrijf - wat voor de spontaniteit wel goed is, maar verder ook zo zijn nadelen heeft. (Om een tussenvraag te beantwoorden: ik heb direct na de eerste posting mijn stukje op zijn minst twee keer, maar misschien wel vaker herschreven - aangepast en aangevuld - omdat ik me afvroeg of ik wel evenwichtig genoeg was. Ik dacht dat die wijzigingen snel aangebracht waren, maar er kan ook best enkele uren tussen gezeten hebben.)
Maar ik hoop nog uitgebreider te antwoorden, maar ik voorzie al dat mijn aandacht vandaag vooral door andere zaken opgeëist zal worden - bezoek van de overkant van de oceaan bijvoorbeeld - en daarom zou het maar zo tot volgend jaar kunnen duren, aleer ik antwoord.
Geplaatst door: Jan Dirk Snel | 30 december 2006 om 9:31
Als aanvulling nog een opmerking van J.A.A. van Doorn in Trouw van 30-12-2006.
Dat zelfs de bezonnen Kersttoespraak van de koningin afkeurende reacties oproept, laat zien hoezeer de hang naar uitzichtloze confrontatie nog leeft.
Geplaatst door: WV | 30 december 2006 om 18:07
Ik probeer uiterlijk morgen te reageren. Ik zou nu wel tijd hebben - hoewel ... - maar ik heb mijn hoofd even niet hier naar staan. Maar ik ga nog op de reacties in1
Geplaatst door: Jan Dirk Snel | 1 januari 2007 om 11:48
Nu ik alles nog eens heel rustig doorlees, heb ik veel minder toe te voegen aan wat ik al geschreven heb dan ik dacht. In die zin had ik ook wel eerder kunnen reageren. Ik dacht dat ik nog eens heel goed na moest denken, maar eigenlijk was dat niet eens nodig. Dank voor de gewaardeerde reacties. Een paar korte opmerkingen slechts.
1. Tot de grote vrijheden die we genieten, behoort gelukkig ook het recht om verschillend over de woorden van de koningin te denken. We hoeven niets bij voorbaat op gezag voor zoete koek te slikken. Het morele gezag van de koningin is naar mijn idee bijvoorbaat groter dan dat van welke minister-president ook. Fareed Zakariah heeft in The Future of Freedom - Illiberal Democracy at Home and Abroad (2003) mooi laten zien dat juist in liberale democratieën de niet-gekozen instellingen vaak het grootste aanzien genieten. In de USA bijvoorbeeld het Hooggerechtshof en bij ons geldt dat voor de koningin (en misschien de Europese Bank in Frankfurt). Voor de legitimatie van het politieke bestel zijn verkiezingen nodig, maar verkiezingen delegitimeren ook de gekozenen, omdat ze altijd slechts door een deel van het electoraat gekozen worden – en dus ook automatisch tegenstanders hebben. De minister-president wordt in die functie weliswaar niet gekozen, maar hij begeeft zich wel in andere hoedanigheid in de strijd om de kiezersgunst – en kan alleen daarom nooit het gezag van het staatshoofd verwerven. Indirect gekozen presidenten zoals Horst Köhler in Duitsland kunnen daarom ook meer gezag verwerven dan een gekozen staatshoofd als bijvoorbeeld de Franse president Chirac.
2. Nog steeds vind ik het een evenwichtige rede. Natuurlijk zal de koningin geen wilde, omstreden uitspraken doen, maar hier gaf ze wel een richting aan, die gelukkig breed gedeeld wordt. Maar wie vindt dat ze “dooddoeners” uitte, is het dus al met haar eens – en dat is misschien niet eens de slechtste reactie.
3. Naar mijn idee waren de reacties in het algemeen instemmend. Eigenlijk geldt dat ook wel voor het commentaar uit de NRC. Wel zag ik enkele misverstanden. In een lang verhaal van Leon de Winter en Afshin Ellian in de Volkskrant en in een column van Elma Drayer in Trouw werd gesteld dat de koningin opriep tot “zelfcensuur”. Die interpretatie berust op slecht lezen. De koningin riep juist op tot het tegendeel. “Botsende meningen roepen spanningen op, maar een open discussie en een vrij debat mogen we niet uit de weg gaan.” En: “Democratie vergt een cultuur die ruimte biedt voor vrije meningsuiting èn redetwisten.”
4. Het onderscheid tussen juridische ruimte en morele verantwoordelijkheid dat ik al eerder maakte, blijft van belang. Daar komen misschien ook de misverstanden uit voort. Toen de koningin het had het over het niet-bestaande “recht van beledigen”, had ze het gezien de wijze waarop ze die alinea inleidde, over een morele stelregel. Misschien had Ayaan Hirsi Ali het in Berlijn vooral over de juridische regel. Het is bijvoorbeeld waar dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg het sinds het Handyside-arrest uit 1976 heeft over het “right to offend, shock or disturb”, maar onbegrensd acht het Hof dat recht zeker niet (Handyside verloor zijn zaak ook nogal verrassend). We moeten daarbij niet vergeten dat “offend” primair “aanstoot geven” of iets in die richting betekent. Het gaat nog niet om het “right to insult”. Het Hof vindt bijvoorbeeld dat politici, die zich vrijwillig in de publieke sfeer begeven, wat meer incasseringsvermogen moeten hebben, dan gewone burgers die dat niet doen. Het is onvermijdelijk dat in een maatschappij waar verschillende waarden bestaan, mensen gekwetst raken. Dat is ook het punt niet. De koningin had het over hoe je het debat voert – en dat is een heel andere zaak.
5. In het stuk dat WV aanhaalt schrijft J.A.A. van Doorn: “De kwestie is heel simpel tot twee waarheden terug te brengen – een praktische en een principiële. De praktische waarheid luidt: provoceren, honen, schelden en vernederen werken altijd averechts. Het effect is per definitie negatief. Men wekt haat en woede.” En: “Daarnaast is er de principiële waarheid: provoceren, honen, schelden en vernederen zijn altijd tekenen van gebrek aan beschaving. Behalve ineffectief is dergelijk gedrag onfatsoenlijk en niet zelden immoreel. Het heeft geen enkele positieve verdienste. ” Daar lijkt me weinig tegenin te brengen. Er wordt nu her en der wel gewezen op de waarde van satire en daar worden zelfs Socrates en Voltaire bijgehaald, maar die leefden onder heel andere omstandigheden. Socrates veroorzaakte wel onrust, maar schold bij mijn weten niet. En Voltaire leefde juist niet in de rechtstaat met een vrije juridische ruimte. In een toestand van onderdrukking - denk aan de communistische staten in oostelijk Europa – kan satire uiteraard verbroederend werken. Er is niets op tegen of een wat onbeheerste uiting. Maar hier gaat het om een situatie waar alle ruimte voor het vrije maatschappelijk debat al gegeven is, en mensen die het niet met je eens zijn, overtuig je meestal niet met ruwe bewoordingen. (Persoonlijk erger ik me nauwelijks aan enigerlei maatschappelijk uiting, maar als je mensen wilt overtuigen, is het wat anders.)
6. Dat citaat van Hong – het proefschrift is hier helaas niet in een van de universiteitsbibliotheken aanwezig – vind ik eigenlijk wel een mooie aanvulling op het door de koning verwoorde principe van wederkerigheid. Maar daar gaat het over wat je moet accepteren – en dan moet je, vooral niet als groep, te snel op de tenen getrapt zijn. Daarom vind ik eigenlijk dat veel van die artikelen 137-plus-een-letter uit het Wetboek van Strafrecht veel te overdreven geformuleerd zijn, al is er met de jurisprudentie weinig mis bij mijn weten. Maar in een democratie zou je juist niet moeten hoeven te zeggen dat iemand “maar naar de rechter moet stappen” als iets te ver gaat. Het is juist de bedoeling dat je er onderling uitkomt zonder een beroep op de rechter.
7. Eerlijk gezegd heb ik niet de indruk dat het “fatsoen is langzamerhand zo ver weg in de samenleving”. Naar mijn idee ging het er aan het eind van de achttiende eeuw en zelfs aan het eind van de negentiende eeuw veel feller aan toe. In die zin kan ik de opmerking van Dalrymple ook niet helemaal plaatsen, want ik zie eigenlijk niet anders dan dat in Europa de politieke elites op een heel redelijke manier met elkaar discussiëren – en zich zelden op extreme wijze uiten. Ik heb het bijvoorbeeld niet zo op de witgekuifde man uit Venlo, maar tegelijk moet je erkennen dat als allerlei sentimenten die in de samenleving leven, niet gearticuleerd worden, dat ook onderhuidse spanningen verder kan laten oplopen. Enige kanalisering is ook niet zo gek.
8. Mijn punt is niet de vrijheid te groot zou zijn. Integendeel, van mij zou de juridische ruimte wel wat groter mogen zijn. Mijn punt is dat de vrijheid van meningsuiting vaak niet op de goede gronden verdedigd wordt. Vrijheden zijn min of meer per definitie negatief geformuleerd, maar als je ze wilt uitleggen aan mensen die ze niet begrijpen, moet je vooral de nadruk leggen op de positieve beweegredenen die er achter schuilgaan – en die we misschien door de vanzelfsprekendheid soms uit het oog verloren zijn.
Geplaatst door: Jan Dirk Snel | 2 januari 2007 om 16:17